ECLI:NL:RBROT:2023:10606

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 november 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
10628110
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling bruidsgave na scheiding en vaststellingsovereenkomst bevestigd door rechtbank

Eiseres en gedaagde zijn in Iran getrouwd en inmiddels gescheiden door een Nederlandse rechter. Eiseres vordert betaling van de in het huwelijkscontract afgesproken bruidsgave van veertien gouden munten of het equivalent in euro's. Gedaagde stelt dat partijen een regeling hebben getroffen waarbij een bedrag van €5.000,00 wordt betaald.

Eiseres had eerder per e-mail ingestemd met deze regeling en verzocht om een vonnis dat nakoming van de vaststellingsovereenkomst afdwingt. Tijdens de zitting werd duidelijk dat eiseres haar akkoord niet kon terugnemen en dat de inhoud van de regeling niet werd betwist. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen hoger bedrag kan eisen dan de afgesproken €5.000,00.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van €5.000,00 aan eiseres, verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen. Hiermee is de nakoming van de vaststellingsovereenkomst juridisch afgedwongen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.000,00 aan eiseres conform de vaststellingsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 10628110 CV EXPL 23-2818
datum uitspraak: 16 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01],
met een geheim adres in Nederland,
eiseres,
gemachtigde: mr. A. Hashem Jawaheri,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. H.J. Naber.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 13 juli 2023, met vijf bijlagen;
  • het antwoord, met twee bijlagen;
  • het e-mailbericht van [gedaagde01] van 2 oktober 2023 met bijlage drie.
1.2.
Op 16 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • mr. Hashem Jawaheri namens [eiseres01] ;
  • [gedaagde01] met mr. Naber.

2.De beoordeling

Samenvatting en conclusie
[eiseres01] en [gedaagde01] zijn op [datum01] getrouwd in Iran. Inmiddels is de scheiding uitgesproken door de rechter in Nederland. [eiseres01] wil dat [gedaagde01] haar de bruidsgave geeft die is afgesproken in het huwelijkscontract: veertien Iraanse Bahar-e-Azadi gouden munten zoals in dat contract gespecificeerd of een equivalent daarvan in euro’s (€ 7.093,80). [gedaagde01] stelt primair dat partijen over deze kwestie een regeling hebben getroffen. Die afspraak geldt tussen partijen. Op basis daarvan moet [gedaagde01] € 5.000,00 aan [eiseres01] betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Akkoord met voorstel regeling
2.1.
Uit het e-mailbericht van 29 augustus 2023 van (de gemachtigde van) [eiseres01] blijkt dat zij akkoord is met het voorstel dat [gedaagde01] haar diezelfde dag had gedaan. Zij voegt daar in dat e-mailbericht het volgende aan toe:
‘Daarbij is het van belang dat de procedure niet wordt ingetrokken, maar dat we de rechtbank verzoeken om een vonnis waarin partijen worden veroordeeld tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst die wordt aangehecht aan het vonnis.’
[eiseres01] stelt zich in deze procedure op het standpunt dat van een overeenkomst of regeling geen sprake is. Waarop zij dit standpunt baseert, is echter niet duidelijk. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van [eiseres01] over dit onderwerp verklaard dat het ‘verstandig is om vonnis te wijzen’, maar dat is aan de kantonrechter om te beoordelen. Als [eiseres01] bij nader indien liever geen regeling had willen treffen, maar de kantonrechter had willen laten beslissen over de geschilpunten die tussen partijen speelden, dan is dat nu te laat. Die motivering rechtvaardigt niet dat zij haar eerder gegeven akkoord terugneemt.
Inhoud regeling € 5.000,00
2.2.
Weliswaar is de tekst van het voorstel van [gedaagde01] in de versie die de kantonrechter heeft ontvangen ‘zwart gemaakt’, maar op de zitting is door [gedaagde01] verklaard dat het ging om een voorstel om € 5.000,00 te betalen. Dit is door [eiseres01] niet betwist, zodat daarvan zal worden uitgegaan. Overigens heeft het onleesbaar maken van de inhoud van de regeling plaatsgevonden op verzoek van [eiseres01] .
2.3.
Omdat de nadere afspraak tussen partijen geldt, kan [eiseres01] niet in deze procedure alsnog in afwijking daarvan aanspraak maken op een hoger bedrag. De rechter begrijpt dat de voorwaarde die [eiseres01] verder in haar e-mailbericht van 29 augustus 2023 had gesteld, zo moet worden uitgelegd dat [gedaagde01] in een vonnis moest worden veroordeeld om de vaststellingsovereenkomst na te komen. De kernverplichting uit de regeling is dat [gedaagde01] € 5.000,00 aan [eiseres01] moet betalen. Met de onderhavige uitspraak is aan die voorwaarde voldaan.
Proceskosten
2.4.
De kantonrechter compenseert de proceskosten (artikel 237 Rv Pro). Dat betekent dat beide partijen de eigen kosten dragen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen een bedrag van € 5.000,00;
3.2.
bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.
703