De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 juli 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), aansluitend op een zelfbindingsverklaring van betrokkene. Betrokkene lijdt aan een paranoïde psychotische stoornis binnen het kader van schizofrenie, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
De zelfbindingsverklaring, ondertekend op 16 mei 2023, bepaalt onder welke omstandigheden verplichte zorg mag worden verleend, met name bij weigering van medicatie (clozapine). De rechtbank stelde vast dat betrokkene ten tijde van het opstellen van de verklaring in staat was tot redelijke belangenafweging. Uit de medische stukken en mondelinge behandeling bleek dat betrokkene door het niet innemen van medicatie psychotisch ontregeld raakte, met ernstige fysieke en gedragsproblemen tot gevolg.
De rechtbank oordeelde dat alleen de in de zelfbindingsverklaring genoemde vormen van verplichte zorg - het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles - noodzakelijk en proportioneel zijn om ernstig nadeel af te wenden. Andere door de officier verzochte maatregelen werden niet toegewezen wegens gebrek aan noodzaak of motivatie.
De zorgmachtiging wordt toegekend voor een duur van drie maanden, conform de zelfbindingsverklaring en het zorgplan, ondanks het verzoek van de officier tot zes maanden. De voortzetting van de crisismaatregel werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 2 augustus 2023.