Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Vordering
2.Feiten
3.Procedure
4.Conclusie officier van justitie
5.Standpunt verdediging
6.Beoordeling vordering
7.Beslissing
tenuitvoerleggingvan een deel van de voorwaardelijke gevangenisstraf, groot
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde is bij een onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en diverse bijzondere voorwaarden. De officier van justitie verzocht op 6 juli 2023 om tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel, gewijzigd tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 6 maanden.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde zich niet aan de meldplicht hield en onvoldoende meewerkte aan de klinische opname, waardoor de kans op ernstige recidive hoog wordt ingeschat. De reclasseringswerker gaf aan dat ondanks standaardformuleringen er mogelijkheden zijn voor gedragsverandering bij medewerking tijdens gedeeltelijke tenuitvoerlegging.
De verdediging stelde dat gedeeltelijke tenuitvoerlegging noodzakelijk is om de veroordeelde rust te geven en hem te motiveren tot medewerking, mede door overleg met zijn vaste advocaat. De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde verwijtbaar de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 6 maanden. De resterende voorwaarden blijven gedurende de proeftijd van kracht.
De vrijheidsbeneming uit voorlopige tenuitvoerlegging wordt volledig in mindering gebracht. De beslissing werd genomen tijdens een openbare zitting op 20 juli 2023, waarbij de veroordeelde afzag van zijn aanwezigheid.
Uitkomst: Gedeeltelijke tenuitvoerlegging van 6 maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf gelast.