Eiser was werkzaam als senior proces operator en meldde zich ziek op 22 oktober 2019. Na een WIA-aanvraag in juli 2021 stelde het UWV een loonsanctie vast tegen de werkgever wegens onvoldoende re-integratie. De werkgever verzocht om bekorting van deze sanctie na het afronden van een tweede spoortraject.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had geleverd, ondanks het ontbreken van een bevredigend resultaat. Eiser voerde aan dat de werkgever onvoldoende op taakniveau had onderzocht welke passende werkzaamheden mogelijk waren en dat het persoons- en zoekprofiel onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het tweede spoortraject adequaat was opgezet en dat de werkgever terecht de loonsanctie mocht bekorten. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en wees de stelling dat de beslissing te laat was genomen af, aangezien de sanctie juist was verkort vanwege die vertraging.