Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
uiterlijk op 31 oktober 2023hun verhinderdata voor de maanden december 2023 tot en met maart 2024 op te geven;
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure verzoekt [verzoeker01] een voorlopig getuigenverhoor om duidelijkheid te verkrijgen over een bedrijfsongeval dat plaatsvond op 21 mei 2021, waarbij hij als schilder op vier meter hoogte van een ladder viel en letsel opliep. [verzoeker01] was destijds werkzaam via HWE Professionals B.V. en stelt dat hij door het ongeval letselschade heeft geleden.
HWE betwist dat het ongeval op de door [verzoeker01] gestelde wijze heeft plaatsgevonden en voert aan dat werkzaamheden niet op vier meter hoogte werden uitgevoerd en dat de veiligheidsvoorschriften waren nageleefd. Ook stelt HWE dat er geen verband is tussen het vermeende ongeval en de latere ziekmelding van [verzoeker01].
De kantonrechter beoordeelt het verzoek aan de hand van de artikelen 186 en 187 Rv en oordeelt dat het verzoek voldoet aan de vereisten voor toewijzing. Er is een rechtens te respecteren belang bij het verkrijgen van getuigenverklaring over het bedrijfsongeval, en er zijn geen afwijzingsgronden zoals misbruik van bevoegdheid of strijd met de goede procesorde. Het verzoek wordt daarom toegewezen en partijen krijgen de gelegenheid hun verhinderdata op te geven voor het plannen van het getuigenverhoor.
De beschikking is gegeven door kantonrechter E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen.