Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een vonnis tot ontruiming en een exploot dat uitvoering daarvan aankondigt.
Verzoekster ontvangt inmiddels een inkomen uit een dienstbetrekking dat voldoende is om de lopende huurtermijnen te voldoen en heeft de huur over november 2023 reeds betaald. Verweerster stelt dat de huurachterstand is opgelopen en dat zij de ontruiming wil effectueren, maar heeft ook een opschorting aangeboden onder de voorwaarde dat de lopende huur wordt voldaan.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster bij uitvoering van het vonnis. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen voor zes maanden, met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort en de huurovereenkomst verlengt voor zes maanden onder de voorwaarde van tijdige betaling van de huur.