De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen tot uiterlijk 30 mei 2024. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de kinderen wonen bij de moeder. In eerdere beschikkingen was reeds een ondertoezichtstelling van kracht tot 30 oktober 2023.
De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) brengen naar voren dat de communicatie tussen de ouders zeer problematisch is, wat spanning veroorzaakt bij de kinderen en hun ontwikkeling bedreigt. De vader weigert medewerking aan hulpverlening, waaronder een traject parallel ouderschap, terwijl de moeder hier wel voor openstaat. De kinderen zelf geven aan geen aanvullende hulp te wensen.
De kinderrechter constateert dat ondanks eerdere maatregelen de situatie niet is verbeterd en dat de vader door zijn houding het op gang komen van noodzakelijke hulpverlening blokkeert. Er zijn zorgen over de emotieregulatie van de vader en het feit dat gezagsbeslissingen worden gefrustreerd. De rechter benadrukt dat zonder medewerking van beide ouders het zorgelijke patroon zal voortduren en verlengt daarom de ondertoezichtstelling tot 30 mei 2024 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.