Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], eiseres,
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
Rechtbank Rotterdam
Eiseres verzocht op 4 maart 2021 om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Na het uitblijven van een beslissing stelde zij de Belastingdienst op 27 juni 2022 in gebreke. Op 1 november 2022 startte zij een beroep bij de rechtbank Rotterdam om vaststelling van de dwangsom en een beslissing binnen twee weken.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst in verzuim was omdat de beslistermijn van zes maanden niet was verlengd en de ingebrekestelling niet werd opgevolgd. Hoewel de Belastingdienst een langere termijn van 13 weken had verzocht, stelde de rechtbank een termijn van twee weken vast waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen.
De rechtbank legde een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 op bij overschrijding van deze termijn en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De rechtbank motiveerde dat de grote hoeveelheid herbeoordelingsverzoeken de termijn verlenging rechtvaardigt, maar dat de standaardtermijn na het verweerschrift geldt.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.C.W. van der Feltz op 24 februari 2023 en is openbaar. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot het binnen twee weken nemen van een besluit en legt een dwangsom op bij overschrijding.