Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], eiseres,
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft op 10 augustus 2021 een verzoek ingediend bij de Belastingdienst voor herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Ondanks een ingebrekestelling en het indienen van een beroepschrift wegens het uitblijven van een beslissing, heeft de Belastingdienst niet tijdig beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden was verlengd tot uiterlijk 10 augustus 2022, maar dat daarna geen besluit is genomen.
De rechtbank past de dwangsomregeling toe en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-. Verder bepaalt zij dat de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor het overschrijden van deze termijn wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de bijzondere omstandigheden rondom het grote aantal herbeoordelingsverzoeken een beslistermijn van 12 weken rechtvaardigen, te rekenen vanaf het verweerschrift. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, geldt de standaardtermijn van twee weken. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt dwangsom vast en draagt de Belastingdienst op binnen twee weken alsnog te beslissen.