Op 1 december 2020 werden zes personen aangehouden in een woning te [plaats01] waar een versnijdingsruimte met heroïne, cocaïne en versnijdingsmiddelen werd aangetroffen. Verdachte verbleef ongeveer een uur in deze woning en had contact met medeverdachten die verdovende middelen vervoerden. Zijn DNA werd gevonden op een tas in de versnijdingsruimte.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden wegens betrokkenheid bij de drugs. De rechtbank toetste of verdachte beschikkingsmacht had over de drugs, wat inhoudt dat hij zeggenschap had over de middelen. Hoewel verdachte contact had met medeverdachten en in de woning was, vond de rechtbank dit onvoldoende bewijs voor beschikkingsmacht.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam op 15 november 2023.