ECLI:NL:RBROT:2023:11061

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23-923
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308)Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling met beschermingsbewind en taakstraf

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. De rechtbank heeft verzoeker gehoord en beoordeeld of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan, waaronder goede trouw in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek en de verwachting dat verzoeker zal voldoen aan de verplichtingen uit de regeling.

De schuldhulpverleenster verklaarde dat verzoeker anderhalf jaar geleden zonder rijbewijs reed, waarvoor een taakstraf van 40 uur is opgelegd. Dit heeft geen schuld in de zin van de schuldsaneringsregeling veroorzaakt. Verzoeker staat sinds juli 2021 onder beschermingsbewind en heeft een traject afgerond om zijn alcoholverslaving te beheersen. Tevens heeft hij een vaste fulltime baan.

De rechtbank acht aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, benoemt een rechter-commissaris, kent een voorschot toe voor de vergoeding van de bewindvoerder en bepaalt dat verzoeker onder beschermingsbewind blijft gedurende de regeling.

Uitkomst: Toepassing schuldsaneringsregeling toegewezen met een termijn van achttien maanden en handhaving van beschermingsbewind.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 6 november 2023
[verzoeker01],
[adres01] ,
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 2 november 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw zijn geweest. Voorts dient voldoende aannemelijk te zijn dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Ter zitting heeft de schuldhulpverleenster verklaard dat verzoeker anderhalf jaar geleden zonder rijbewijs heeft gereden. Hiervoor is recentelijk een taakstraf van 40 uur opgelegd. Ter zitting is verklaard dat hieruit geen schuld is ontstaan. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat verzoeker de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van deze taakstraf, onder controle heeft gekregen. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat deze periode een moeilijke tijd was voor hem maar dat het nu veel beter gaat. Verzoeker staat sinds 28 juli 2021 onder beschermingsbewind en heeft een traject bij Antes afgerond om zijn alcoholverslaving onder controle te krijgen. Verzoeker heeft tevens een fulltime baan bij [bedrijf01] voor onbepaalde tijd. Daarbij zal verzoeker de taakstraf voldoen in zijn vrije tijd, waardoor dit niet ten koste gaat van zijn inspanningen ten behoeve van de crediteuren.
Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker01],
geboren op [geboortedatum01] -1964 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ;
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf
6 november 2023, waardoor deze termijn eindigt op 6 mei 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger
en tot bewindvoerder L. Hordijk,
gevestigd te Postbus 68,
2650 AB Berkel en Rodenrijs;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
- bepaalt dat schuldenaar zich tijdens de schuldsaneringsregeling onder
beschermingsbewind houdt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 november 2023. [1]