Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer J. Pearson, advocaat van verzoeker (hierna: advocaat);
- mevrouw J. de Jong, werkzaam bij het Wijkteam Rotterdam Centrum (hierna: hulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn woonruimte opschort. De rechtbank stelde vast dat sprake is van een bedreigende situatie nu er een vonnis tot ontruiming is en een exploot is uitgebracht met een datum voor uitvoering.
De financiële situatie van verzoeker is problematisch, mede doordat de beslagvrije voet verkeerd was toegepast, waardoor onvoldoende ruimte was om de huur te betalen. Verzoeker werkt actief mee aan het aanpassen van de beslagvrije voet en het opstarten van schuldhulpverlening via het Expertise Team Financiën en het Wijkteam Rotterdam Centrum. Tevens laat verzoeker zich onder beschermingsbewind stellen om de betalingen te waarborgen.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, zwaarder dan het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. De voorziening wordt onder de voorwaarde toegekend dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.