ECLI:NL:RBROT:2023:11075

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23-459
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing van de schuldsaneringsregeling ondanks eerdere faillissement en schulden uit onderneming

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker is opgehouden met betalen en niet meer in staat is zijn schulden te voldoen. Hoewel schulden uit de onderneming niet te goeder trouw zijn ontstaan, is op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro een uitzondering mogelijk indien de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle zijn.

De rechtbank constateert dat verzoeker sinds het faillissement in december 2020 en de opheffing daarvan in mei 2022 zijn situatie heeft gestabiliseerd. Verzoeker heeft zijn alcoholverslaving succesvol behandeld, een fulltime baan gevonden en geen nieuwe schulden gemaakt. Hierdoor is het vertrouwen ontstaan dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen.

De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 en wijst de schuldsaneringsregeling toe met een termijn van 18 maanden. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De regeling wordt per 5 juli 2023 van kracht.

Uitkomst: Toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen voor een termijn van 18 maanden vanaf 5 juli 2023.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 5 juli 2023
[verzoeker],
[adres],
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter zitting van 9 juni 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Voorts dient voldoende aannemelijk te zijn dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
In dit geval heeft de rechtbank in het bijzonder gekeken naar de schulden die zijn ontstaan binnen de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, meer specifiek omzetbelastingschulden en motorrijtuigenbelasting en schulden aan het CJIB. Deze schulden vloeien voort uit de onderneming van verzoeker, [naam bedrijf].
Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan, althans onbetaald gelaten, en staan in beginsel aan toelating in de weg.
Het verzoek kan ingevolge artikel 288, derde lid, van de Faillissementswet, ondanks het ontbreken van goede trouw, wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden, die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. Verzoeker is in december 2020 failliet verklaard. Zijn faillissement is in mei 2022 opgeheven. De onderneming van verzoeker is al geruime tijd gestaakt. Uit de overgelegde stukken en de ter zitting gegeven verklaring van verzoeker is verder gebleken dat verzoeker de behandeling voor zijn alcoholverslaving heeft voltooid en dat van die verslaving al meer dan een jaar geen sprake meer is. Bovendien heeft verzoeker een fulltime baan gevonden, waar hij binnenkort zal beginnen en 40 uur in de week zal werken. Ten slotte laat verzoeker geen nieuwe schulden ontstaan en is zijn financiële situatie stabiel.
Verzoeker toont een zeer gemotiveerde indruk en laat zien dat zijn situatie voldoende is gestabiliseerd. Door het vorenstaande is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat verzoeker de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats],
voorheen handelend onder de naam [naam bedrijf];
- stelt de termijn van de regeling op 18 maanden, te rekenen vanaf 5 juli 2023, waardoor deze termijn eindigt op 5 januari 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen,
en tot bewindvoerder M. Klarenbeek,
gevestigd [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2023.