Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (wsnp) wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. De rechtbank beoordeelt dat verzoeker formeel voldoet aan de voorwaarden en dat hij in staat is zijn betalingsverplichtingen niet na te komen.
Op de schuldenlijst staan onder meer een schuld uit een Belgische strafzaak en boetes van het CJIB, welke niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze schulden vormen in beginsel een belemmering voor toelating tot de wsnp. Echter, verzoeker verkeert inmiddels in een stabiele situatie met beschermingsbewind, een eigen woning en een vast inkomen.
De rechtbank past daarom de hardheidsclausule toe, omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij greep heeft gekregen op de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid. De wsnp wordt voor een periode van 18 maanden toegewezen, met benoeming van een rechter-commissaris en voorschot op vergoeding bewindvoerder.