ECLI:NL:RBROT:2023:11088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks verkeersboetes wegens middelengebruik en stabilisatie
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker niet langer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Hoewel verzoeker schulden heeft aan het Centraal Justitieel Incassobureau wegens verkeersboetes uit 2018-2021, die niet te goeder trouw zijn ontstaan, kan het verzoek toch worden toegewezen op grond van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker de omstandigheden die hebben geleid tot het ontstaan en onbetaald laten van deze schulden onder controle heeft gekregen. Verzoeker heeft geen auto meer op zijn naam en heeft een behandeling voor middelengebruik succesvol afgerond, bevestigd door een GZ-psycholoog. Tevens beschikt verzoeker over een sociaal netwerk en werkt fulltime.
Gezien deze feiten is het vertrouwen ontstaan dat verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. De rechtbank verklaart zich bevoegd de procedure te openen en wijst het verzoek toe. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks onbetaalde verkeersboetes vanwege stabilisatie en saneringsgezinde houding van verzoeker.