Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
6 november 2023, waardoor deze termijn eindigt op 6 mei 2025;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet kunnen voldoen aan zijn schulden. De rechtbank heeft verzoeker gehoord en beoordeeld of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan. Uit de beoordeling blijkt dat verzoeker gestopt is met betalen en dat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat hij zijn schulden kan blijven voldoen.
De schulden betreffen onder meer een vordering van de ex-schoonvader van verzoeker wegens materiële en immateriële schade, die volgens de rechtbank niet leidt tot een afwijzing van het verzoek omdat er geen onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling is. De rechtbank is bevoegd de procedure te behandelen omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
De rechtbank besluit de schuldsaneringsregeling toe te passen met een termijn van achttien maanden vanaf 6 november 2023 tot 6 mei 2025. Tevens wordt mr. C.G.E. Prenger benoemd tot rechter-commissaris en wordt een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De bewindvoerder krijgt tevens de last om aan verzoeker gerichte brieven en telegrammen te openen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van achttien maanden.