De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden wegens medeplegen van verlengde invoer van cocaïne en voorbereidingshandelingen daartoe. Verdachte, werkzaam als reefermonteur bij een bedrijf in de Rotterdamse haven, maakte misbruik van zijn positie door containers met cocaïne te monitoren, de locatie door te geven aan medeverdachten en apparatuur klaar te zetten om inspectieluiken te openen.
Het bewijs toonde aan dat verdachte bewust handelde met voorwaardelijk opzet, mede doordat hij bekend was met de grootschalige drugsinvoer in de haven en desondanks containers voor onbekende derden controleerde. Tijdens het onderzoek werden zesenvijftig pakketten cocaïne aangetroffen in containers uit Honduras, die via Antwerpen naar Rotterdam werden vervoerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een essentiële schakel was in de internationale transport- en distributieketen van cocaïne en dat zijn handelen het vertrouwen van zijn werkgever ernstig schaadde. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, die 48 maanden gevangenisstraf vorderde, mede gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte en vergelijkbare jurisprudentie.
De rechtbank wees een voorwaardelijke straf af omdat verdachte in staat lijkt de gevolgen van zijn handelen te overzien en in de toekomst andere keuzes te maken. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en het belang van een veilige en betrouwbare Rotterdamse haven.