De zaak betreft een geschil over de uitleg van een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte tussen eiser en gedaagde. Eiser vordert betaling van energiekosten, vergoeding voor het ter beschikking stellen van de ruimte aan een netwerkclub, en incassokosten. Gedaagde betwist de vorderingen en stelt dat energiekosten in de huurprijs zijn inbegrepen.
De kantonrechter beoordeelt de overeenkomst aan de hand van het Haviltex-criterium en concludeert dat partijen redelijkerwijs mochten begrijpen dat de huurprijs inclusief energiekosten was vastgesteld, mede gelet op verklaringen tijdens de mondelinge behandeling en e-mailcorrespondentie. De vordering tot vergoeding van energiekosten wordt daarom afgewezen.
Verder wordt vastgesteld dat de schoonmaakkosten onderdeel van de huurprijs waren en dat een huurkorting van €102,10 per maand gerechtvaardigd was. Voor het gebruik van de ruimte door de netwerkclub wordt een vergoeding van €501,40 toegekend, aangepast aan het maximum aantal toegestane personen vanwege coronaregels. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €75,21 en handelsrente over de hoofdsom toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.