ECLI:NL:RBROT:2023:11293

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
10402493 CV EXPL 23-7821
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming overeenkomst en betaling openstaande facturen groente en fruit

Eiseres leverde in 2021 en 2022 groente en fruit aan gedaagde, maar meerdere facturen bleven onbetaald. Eiseres vorderde betaling van €6.529,87 plus wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van €701,49.

Gedaagde betwistte slechts in algemene zin de vordering en stelde dat een lager bedrag verschuldigd was, onder meer vanwege een creditnota en vermeende stortkosten. Eiseres legde uit dat de creditnota onterecht was en dat de stortkosten niet waren onderbouwd.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de hoofdsom niet inhoudelijk had betwist en dat de stortkosten niet waren aangetoond. Daarom werd het volledige bedrag van €6.529,87 toegewezen, met rente en incassokosten. Gedaagde werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.369,73 inclusief rente en kosten en tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10402493 CV EXPL 23-7821
datum uitspraak: 20 oktober 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: In Kas Intermediair B.V.,
tegen
[gedaagde01] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats02] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door haar directeur [naam01] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] .’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 maart 2023, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Op 21 september 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Namens [eiseres01] . waren daarbij aanwezig de heren [naam02] en [naam03] . Namens [gedaagde01] is niemand verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat het om?
2.1.
[eiseres01] . heeft in de periode 2021 en 2022 groente en fruit geleverd aan [gedaagde01] . Meerdere facturen bleven echter onbetaald. [gedaagde01] moet nog € 6.529,87 aan [eiseres01] . betalen.
[eiseres01] . eist in deze procedure dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om dat bedrag aan haar te betalen, met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten van € 701,49.
2.2.
[gedaagde01] voert aan dat [eiseres01] . eerder een bedrag van € 3.906,44 heeft genoemd. [eiseres01] . heeft het verschil tijdens de mondelinge behandeling als volgt toegelicht. De door haar verstuurde creditnota met nummer [nummer01] voor € 1.623,43 bleek niet terecht. Hiervoor heeft [eiseres01] . opnieuw een factuur gestuurd aan [gedaagde01] . Verder is ten onrechte een bedrag van € 1.000,- verrekend vanwege door [gedaagde01] gestelde stortkosten. [gedaagde01] heeft dat bedrag niet onderbouwd en [eiseres01] . kan niet vaststellen of deze kosten daadwerkelijk door [gedaagde01] zijn gemaakt. [eiseres01] . is daarom niet akkoord met verrekening. Het totale bedrag dat [gedaagde01] aan [eiseres01] moet betalen komt uit op € 6.529,87 (€ 3.906,44 + € 1.623,43 + € 1.000,-).
De eis van [eiseres01] . wordt toegewezen
2.3.
[gedaagde01] betwist slechts zin in algemene zin dat [eiseres01] . geen vordering op haar heeft. Zij heeft de gevorderde hoofdsom van € 6.529,87 inhoudelijk niet betwist. Voor zover [gedaagde01] stelt dat zij dit bedrag heeft betaald, wordt dat verweer verworpen. [gedaagde01] heeft dat namelijk op geen enkele wijze toegelicht of onderbouwd. Voor zover [gedaagde01] stelt dat de door haar gemaakte stortkosten moeten worden verrekend, wordt dat verweer eveneens verworpen. Deze kosten worden door [eiseres01] . betwist en zijn door [gedaagde01] op geen enkele wijze toegelicht of onderbouwd. Dat betekent dat het gevorderde bedrag van € 6.529,87 wordt toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
2.4.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres01] . genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.5.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] . tot vandaag vast op € 112,04 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht en € 660,- aan salaris voor de gemachtigde ( 2 punten x € 330,-). Dit is totaal € 1.286,04. Voor kosten die [eiseres01] . maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] . te betalen € 8.369,73 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 6.529,87 vanaf 24 februari 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] . tot vandaag worden vastgesteld op € 1.286,04;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
47636