ECLI:NL:RBROT:2023:11307

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
10-300776-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gevangenhouding verdachte wegens toepassing artikel 67a lid 3 Sv

De rechtbank Rotterdam heeft op 28 november 2023 in raadkamer de vordering tot gevangenhouding van verdachte afgewezen en het bevel tot inbewaringstelling opgeheven. Verdachte werd binnen drie maanden voor de tweede keer aangetroffen onder omstandigheden die vallen onder artikel 138aa Sr, waarbij ernstige bezwaren en recidivegevaar aanwezig zijn.

Hoewel verdachte formeel niet eerder onherroepelijk veroordeeld was voor het feit, werd hij eerder onder vergelijkbare omstandigheden op een afgesloten haventerrein aangetroffen. Verdachte gaf geen uitleg over zijn aanwezigheid, die sterk lijkt samen te hangen met criminele activiteiten in de Rotterdamse haven.

De rechtbank erkent de ernst van de verdenking en de recidive, maar verwijst naar jurisprudentie van het hof Den Haag die aangeeft dat voor het feit waarvoor verdachte nu in bewaring zit, uiteindelijk geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf aan de orde zou zijn. Op grond hiervan past de rechtbank artikel 67a lid 3 Sv toe en besluit tot opheffing van het bevel tot inbewaringstelling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gevangenhouding af en heft het bevel tot inbewaringstelling op op grond van artikel 67a lid 3 Sv.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM-17-

Strafrecht
Zittingsplaats Rotterdam
parketnummer : 10-300776-23

afwijzing bevel gevangenhouding van de raadkamer d.d. 28 november 2023

(artikel 65 Wetboek Pro van Strafvordering)

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte01] ,

geboren op [geboortedatum01] 2000 te [geboorteplaats01] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
nu gedetineerd in [naam PI01] .
Raadsvrouw mr. M.C.A. Schulpen.

Procedure

De rechter-commissaris heeft op 15 november 2023 de bewaring bevolen.
De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsvrouw gehoord.
De verdediging heeft de opheffing wegens het ontbreken van gronden subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. Tevens bepleit de raadsvrouw toepassing van artikel 67 a lid 3.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment aan de orde is.
Verdachte is -heel formeel beoordeeld- niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor art. 138aa Sr. voorafgaand aan zijn aanhouding voor dit feit. Wel is hij eerder onder min of meer vergelijkbare omstandigheden aangetroffen op een afgesloten haventerrein op 2 september 2023. Evenals vorige keer wil verdachte geen uitleg geven over (de reden(en) van) zijn (hernieuwde) aanwezigheid op het haventerrein in omstandigheden die zich één op één laten overzetten op personen die aantoonbaar bezig zijn met het uithalen van grote partijen cocaïne.
Anders dan het hof toe ziet de rechtbank wel serieuze aanwijzingen voor een samenhang tussen deze en soortgelijke activiteiten in de Rotterdamse haven en ernstige delicten op een veelheid van andere plaatsen in de (Rotterdamse) samenleving.
De rechtbank stelt vast dat ernstige bezwaren en recidivegevaar duidelijk aanwezig zijn.
Inhoud en strekking van de arresten van het Haagse hof maken echter dat -in de huidige visie van het hof- ook voor het feit waarvoor verdachte thans in bewaring zit, uiteindelijk niet een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf aan de orde zou moeten zijn.
Dit brengt de rechtbank ertoe dat zij de vordering zal moeten afwijzen op grond van art. 67a lid 3 Sv. Dit brengt tevens met zich dat het bestaande bevel bewaring zal moeten worden opgeheven.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af de vordering gevangenhouding, gelet op artikel 67 a lid 3.

heft op het bevel tot inbewaringstelling.

Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 28 november 2023 door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
mr. A.M. van der Leeden en mr. L.J.M. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van J.A. Stolle, griffier.