Op 28 april 2023 werden in de woning van de verdachte twee vuurwapens, munitie en een grote hoeveelheid met veiligheidsinkt besmeurde geldbiljetten aangetroffen. De wapens en munitie betroffen een Crvena Zastava M70 pistool en een omgebouwd Umarex Walther PK380 pistool, met diverse soorten munitie. De verdachte verbleef in het huis met zijn partner en haar drie jonge kinderen, waardoor de situatie als zeer gevaarlijk werd beoordeeld.
De verdediging voerde onder meer aan dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vormverzuimen. De rechtbank verwierp deze stellingen, oordeelde dat de wapens werden aangetroffen vóór het bevriezen van de doorzoeking en dat er geen sprake was van onjuiste proces-verbalen of verkeerde informatie aan de rechter-commissaris.
Met betrekking tot het witwassen stelde de verdediging dat alleen een biljet van €50,- bewezen was, maar de rechtbank stelde vast dat in totaal €34.450,- aan met veiligheidsinkt besmeurde biljetten was aangetroffen. De verdachte erkende het geld, maar gaf geen verklaring over de herkomst. Het NFI-onderzoek toonde aan dat de inkt overeenkomt met veiligheidsinkt die onder andere in Duitse geldautomaten wordt gebruikt. De rechtbank concludeerde dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was en de verdachte hiervan wetenschap had.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 14 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verklaarde het geldbedrag van €34.450,- verbeurd. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de aanwezigheid van wapens in een gezinssituatie met jonge kinderen, en het witwassen dat de integriteit van het financiële verkeer aantast. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.