ECLI:NL:RBROT:2023:11417
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens onvoldoende behuizing dieren na overschrijding redelijke termijn
Eiseres kreeg een boete van €3.000,- opgelegd wegens twee overtredingen van de Wet dieren, waaronder het niet zorgen voor een toereikende behuizing van dieren onder voldoende hygiënische omstandigheden. Na bezwaar en beroep handhaafde verweerder de boete deels, maar trok het deel over het afdekken van kadavers in.
De toezichthouders constateerden dat meerdere kalveren en pinken in een mestbesmeurde stal stonden, wat volgens de rechtbank niet slechts een incident was, mede omdat de uitmestinstallatie defect was en eiseres onvoldoende maatregelen nam om de stal schoon te houden. De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft, stelde het boetebedrag vast op €1.275,- en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Boete wegens onvoldoende hygiënische behuizing van dieren wordt gematigd tot €1.275,- en proceskosten worden vergoed.