ECLI:NL:RBROT:2023:1143
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-plaatsvervanger in civiele procedure
Verzoekster heeft wraking van de rechter-plaatsvervanger mr. C.P. van Gastel verzocht in een civiele procedure over een vordering van een vennootschap. Zij stelde dat de rechter onpartijdig zou zijn, de procedure onprofessioneel en rommelig verliep, en dat de rechter met een rolbeslissing haar verplichtte mee te betalen aan een deskundige om het gelijk van de wederpartij aan te tonen.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat wraking alleen kan worden toegewezen bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. De motivering van de rolbeslissing en het tussenvonnis, waarin werd bepaald dat partijen ieder de helft van het deskundigenvoorschot moesten betalen, werden niet als aanwijzing van partijdigheid gezien.
Daarnaast heeft verzoekster haar klachten over het procesverloop onvoldoende geconcretiseerd, en de wrakingskamer stelt vast dat zij niet is verschenen bij de mondelinge behandeling, waardoor nadere vragen niet konden worden gesteld. De vermeende opmerking van de rechter over het moeten verkopen van het huis bij verlies van de procedure kon niet worden vastgesteld.
De wrakingskamer concludeert dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor onpartijdigheid en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-plaatsvervanger is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.