ECLI:NL:RBROT:2023:1144
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte oplichting en verduistering; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk
De rechtbank Rotterdam heeft op 13 februari 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van oplichting en verduistering in de periode van augustus tot december 2012. De tenlastelegging betrof het misleiden van een bedrijf tot het afgeven van een geldbedrag van 500.000 euro onder valse voorwendselen.
Tijdens de terechtzitting op 30 januari 2023 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte vrijgesproken wordt van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was, met name omdat er geen aanwijzingen waren dat verdachte betrokken was bij de besprekingen en afspraken met het bedrijf of dat hij opzet had tot medeplegen.
De benadeelde partij had een schadevergoeding en advocaatkosten gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank nam geen inhoudelijke beslissing over de schadevergoeding en veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten, die op nihil werden begroot.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van R.J.A.M. Cooijmans, met N. Freese en N.M. Ketelaar als rechters. De jongste en oudste rechter konden het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting en verduistering; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.