ECLI:NL:RBROT:2023:1144

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
10/742080-18
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte oplichting en verduistering; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk

De rechtbank Rotterdam heeft op 13 februari 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van oplichting en verduistering in de periode van augustus tot december 2012. De tenlastelegging betrof het misleiden van een bedrijf tot het afgeven van een geldbedrag van 500.000 euro onder valse voorwendselen.

Tijdens de terechtzitting op 30 januari 2023 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte vrijgesproken wordt van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was, met name omdat er geen aanwijzingen waren dat verdachte betrokken was bij de besprekingen en afspraken met het bedrijf of dat hij opzet had tot medeplegen.

De benadeelde partij had een schadevergoeding en advocaatkosten gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank nam geen inhoudelijke beslissing over de schadevergoeding en veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten, die op nihil werden begroot.

Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van R.J.A.M. Cooijmans, met N. Freese en N.M. Ketelaar als rechters. De jongste en oudste rechter konden het vonnis niet medeondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van oplichting en verduistering; vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/742080-18
Datum uitspraak: 13 februari 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] ,
raadsvrouw mr. M.W.F. van Wijk, advocaat te Helmond.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari 2023.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:
- vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Beoordeling
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Hiertoe wordt overwogen dat uit het dossier niet valt af te leiden dat er sprake was van medeplegen van oplichting. Er zijn geen aanwijzingen, laat staan bewijs, dat de verdachte inhoudelijke bemoeienis heeft gehad met de besprekingen met [bedrijf01] ( [naam01] ) / [naam02] / [naam03] , en/of met de totstandkoming van de overeenkomst tussen [bedrijf02] en [bedrijf01] / [naam02] Gruppe. Niet in discussie is dat [medeverdachte01] de verdachte zelfs niet heeft verteld via welke buitenlandse contacten of bank de financiering ten behoeve van [bedrijf03] zou moeten worden verkregen. Van het voor medeplegen van oplichting of verduistering vereiste opzet is daarom niet gebleken.

5..Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij01] . De benadeelde partij vordert, na wijziging van de vordering, een vergoeding van € 342.806,56 aan materiële schade en een vergoeding van € 45.900,- aan advocaatkosten.
5.1.
Standpunt officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
5.2.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken.
In deze procedure wordt aldus over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,
en mrs. N. Freese en N.M. Ketelaar, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van der Hoeff, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij
in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 december 2012
te Ouddorp ZH, binnen de gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[bedrijf03] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500.000,00
euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, hebbende verdachte
en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk
en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
- die [bedrijf03] meermalen voorgehouden dat zij een lening voor een
geldbedrag van in totaal 4.600.000,00 euro, (uitgekeerd in twee termijnen)
kon(den) regelen via of bij een bank in Duitsland en/of dat [bedrijf03] daartoe
een borgbedrag van 500.000,00 euro op het rekeningnummer van [bedrijf02] moest
storten,
- die [bedrijf03] verzekerd dat de financiering van voornoemde geldlening voor
99,9999 " vast stond,
- die [bedrijf03] voorgehouden en/of verzekerd dat het eerste deel van de
financiering, (te weten een geldbedrag van 1.000.000,00 euro), bevestigd was
en uiterlijk december 2012 door [bedrijf03] zou worden ontvangen en/of
- die [bedrijf03] voorgehouden dat indien voornoemde financiering niet rond
zou komen , zij het borgbedrag ad 500.000,00 euro teruggestort zou krijgen,
waardoor [bedrijf03] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij
in of omstreeks de periode van 27 augustus 2012 tot en met 31 december 2012
te Ouddorp ZH, binnen de gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een geldbedrag van 500.000,00 euro, in elk geval een (groot)
geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf03], in elk geval aan
een ander of anderen dan aan verdachte(n), en welk (groot) geldbedrag
verdachte(n) anders dan door misdrijf onder zich had/ hadden, te weten
verstrekt als borgbedrag ten behoeve van een financiering van een geldlening
van 4.600.000,00 euro, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;