Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De vorderingen in de hoofdzaak
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling in het incident
5.De beslissing
10 januari 2024voor conclusie van antwoord van de zijde van V&P.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser gedeeltelijke ontbinding van een aannemingsovereenkomst en vergoeding van diverse schadeposten wegens ondeugdelijke renovatiewerkzaamheden aan zijn appartement. De werkzaamheden zijn niet alleen aan het appartement zelf, maar ook aan onderliggende appartementen en het complex schade toegebracht. Eiser heeft V&P VASTGOED B.V. in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen, maar deze herstelpogingen waren eveneens ondeugdelijk.
V&P vordert in een incident dat zij twee derden in vrijwaring mag oproepen, omdat zij stelt dat eventuele tekortkomingen in de nakoming door deze onderaannemers zijn veroorzaakt. De rechtbank oordeelt dat de oproeping in vrijwaring voor de eerste onderaannemer ([bedrijf02]) toelaatbaar is, omdat tussen V&P en deze partij een voldoende rechtsverhouding bestaat. Voor de tweede onderaannemer ([bedrijf03]) ontbreekt een dergelijke onderbouwing, zodat de oproeping wordt afgewezen.
De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt aangehouden tot de conclusie van antwoord van V&P. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en op 22 november 2023 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De oproeping in vrijwaring wordt toegelaten voor één onderaannemer en afgewezen voor de andere, met compensatie van proceskosten.