ECLI:NL:RBROT:2023:11469

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 november 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
10708909 VV EXPL 23-465
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst en huurprijsvermindering in kort geding

De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst van een woning in Rotterdam, waarbij de verhuurder (eiseres) de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurder (gedaagde) vordert wegens huurachterstand en vermeende overlast. Tevens vordert eiseres betaling van achterstallige huur.

De huurder verzet zich tegen deze vorderingen en stelt een tegeneis in tot huurprijsvermindering wegens gebreken aan de woning en vergoeding van onderhoudskosten.

De rechtbank oordeelt dat ontbinding van de huurovereenkomst in kort geding niet mogelijk is omdat dit een wijziging van de rechtstoestand inhoudt, wat niet in kort geding kan worden toegewezen. De vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een duidelijk spoedeisend belang en onduidelijkheid over de hoogte van de huurachterstand.

De tegeneis tot huurprijsvermindering en vergoeding van onderhoudskosten wordt eveneens afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het feit dat ook deze vorderingen de rechtstoestand wijzigen.

De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst zowel de eis tot ontbinding en ontruiming als de tegeneis tot huurprijsvermindering af en compenseert de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10708909 VV EXPL 23-465
datum uitspraak: 23 november 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] ( [eiseres01] ),
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam01] ,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A.A. Bhagwandin.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 oktober 2023, met bijlagen;
  • de akte eis in reconventie;
  • de e-mail van 25 oktober 2023 van mr. Bhagwandin, met bijlagen 1 t/m 6;
  • de spreekaantekeningen van mr. Bhagwandin.
1.2.
Op 27 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken met [naam01] namens [eiseres01] , [gedaagde01] , [naam02] , [naam03] en mr. Bhagwandin.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
De zaak gaat over de woning aan [adres01] in [plaats01] , die [gedaagde01] huurt van [eiseres01] voor € 510,00 per maand. [eiseres01] eist dat de huurovereenkomst wordt ontbonden omdat [gedaagde01] een huurachterstand heeft en omdat [eiseres01] vindt dat er overlast is. [eiseres01] eist ook dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen en om € 6.490,00 aan achterstallige huur te betalen met rente en (proces)kosten. [gedaagde01] is het niet eens met de eis en stelt een tegeneis in. Hij eist dat de huur vanaf 1 april 2023 met 50% wordt verminderd totdat de gebreken aan de woning zijn hersteld en dat [eiseres01] wordt veroordeeld om € 1.152,19 aan onderhoudskosten en de proceskosten aan hem te vergoeden.
De eis wordt afgewezen
2.2.
De eis over het ontbinden van de huurovereenkomst wordt afgewezen, omdat het niet mogelijk is de rechtstoestand tussen de partijen te wijzigen in een kort geding. Het toewijzen van dit onderdeel van de eis zou daar wel toe leiden. In een kort geding kunnen slechts ordemaatregelen worden getroffen (artikel 254 Rv Pro).
2.3.
De eis tot het ontruimen van de woning en het betalen van een bedrag aan achterstallige huur wordt afgewezen, omdat [eiseres01] niet duidelijk heeft gemaakt of en welk spoedeisend belang ze daarbij heeft. Voor het toewijzen van een eis in kort geding is wel vereist dat de eisende partij een spoedeisend belang heeft bij de eis (artikel 254 Rv Pro).
Voor zover de spoedeisendheid zou moeten voortvloeien uit de aard van de eis – in dit geval de hoogte van de geëiste huurachterstand – wordt opgemerkt dat onduidelijk is wat de hoogte is van de achterstand, die door [gedaagde01] wordt betwist. Het overzicht van de actuele achterstand en de toelichting van [eiseres01] erop maken niet inzichtelijk hoe [eiseres01] aan een achterstand van € 6.490,00 komt, wat er precies met de betalingen is gedaan en waaruit de vermeende schuld uit 2021/2022 bestaat. In de rekensom van [gedaagde01] staat na aftrek van alle betalingen maximaal € 2.466,81 open, maar in die rekensom is gerekend met het bedrag aan huurachterstand dat [eiseres01] oorspronkelijk in de dagvaarding eiste (dat was € 8.020,00). Het is dus onduidelijk wat het bedrag aan achterstand zou zijn in de visie van [gedaagde01] , rekening houdend met het lagere bedrag dat nu wordt geëist (dat is € 6.490,00). Kortom: de hoogte van de huurachterstand is geenszins duidelijk, laat staan onderbouwd.
Wat de gestelde overlast betreft heeft [eiseres01] voor het eerst tijdens de zitting concrete stellingen gedaan zonder echter enige onderbouwing, die bovendien door [gedaagde01] worden weersproken. Of er zodanig ernstige overlast is dat de vereiste spoedeisendheid hieruit voortvloeit is dan ook onvoldoende aannemelijk.
De tegeneis wordt afgewezen
2.4.
De tegeneis over huurprijsvermindering wordt afgewezen. Het is niet mogelijk de rechtstoestand tussen de partijen te wijzigen in een kort geding en dat is wel wat het toewijzen van dit onderdeel van de tegeneis zou betekenen. In een kort geding kunnen slechts ordemaatregelen worden getroffen (artikel 254 Rv Pro).
2.5.
De tegeneis over het vergoeden van onderhoudskosten wordt afgewezen, omdat [gedaagde01] geen spoedeisend belang bij die eis heeft (gesteld). Dat is wel vereist voor het toewijzen van een eis in kort geding (artikel 254 Rv Pro).
De partijen dragen de eigen proceskosten
2.6.
De kantonrechter bepaalt dat de proceskosten worden gecompenseerd, omdat de partijen over en weer ongelijk krijgen. De partijen dragen dus hun eigen proceskosten.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis in conventie af;
3.2.
wijst de eis in reconventie af;
3.3.
compenseert de proceskosten zodat de partijen de eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
34286