Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 oktober 2023, met bijlagen;
- de akte eis in reconventie;
- de e-mail van 25 oktober 2023 van mr. Bhagwandin, met bijlagen 1 t/m 6;
- de spreekaantekeningen van mr. Bhagwandin.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst van een woning in Rotterdam, waarbij de verhuurder (eiseres) de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurder (gedaagde) vordert wegens huurachterstand en vermeende overlast. Tevens vordert eiseres betaling van achterstallige huur.
De huurder verzet zich tegen deze vorderingen en stelt een tegeneis in tot huurprijsvermindering wegens gebreken aan de woning en vergoeding van onderhoudskosten.
De rechtbank oordeelt dat ontbinding van de huurovereenkomst in kort geding niet mogelijk is omdat dit een wijziging van de rechtstoestand inhoudt, wat niet in kort geding kan worden toegewezen. De vordering tot ontruiming en betaling van achterstallige huur wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een duidelijk spoedeisend belang en onduidelijkheid over de hoogte van de huurachterstand.
De tegeneis tot huurprijsvermindering en vergoeding van onderhoudskosten wordt eveneens afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en het feit dat ook deze vorderingen de rechtstoestand wijzigen.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst zowel de eis tot ontbinding en ontruiming als de tegeneis tot huurprijsvermindering af en compenseert de proceskosten.