Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit;
- bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 dagen met aftrek van voorarrest (zijnde 18 dagen).
4.Waardering van het bewijs
sole or decisiveis om tot een bewezenverklaring te kunnen concluderen. Voorts kunnen niet alsnog stappen worden gezet om te komen tot voldoende compensatie. Daartoe overweegt de rechtbank dat van de betrouwbaarheid van de verklaring van de niet-ondervraagde aangeefster niet kan worden uitgegaan, nu zij in de nacht dat de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden ruim onder invloed van verdovende middelen als lachgas en alcohol verkeerde. Een en ander bezien in samenhang met het overige bewijsmateriaal – in het bijzonder de verklaring van [naam01] die hierna zal worden besproken – en in het licht van de betwisting door de verdachte van de verklaring van aangeefster. De verklaring van de aangeefster kan daarom niet worden gebezigd voor het bewijs.
5.Vordering benadeelde partij
6.Bijlagen
7.Beslissing
niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
niet-ontvankelijkin de vordering;