Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag voor het jaar 2022, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat zijn inkomen in januari 2022 hoger was dan 140% van de bijstandsnorm. Na bezwaar bleef het college bij het besluit. Eiser stelde dat zijn bewindvoerderskosten van €125,54 per maand in mindering moesten worden gebracht op zijn inkomen, waardoor hij wel onder de inkomensgrens zou vallen, en dat hij onevenredig werd getroffen door de gestegen energieprijzen.
De rechtbank oordeelt dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van de energietoeslag en dat het netto-inkomen leidend is voor de beoordeling, zonder aftrek van specifieke kosten zoals bewindvoerderskosten. De rechtbank vindt dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom geen uitzondering wordt gemaakt en dat eiser niet in financiële problemen is gekomen die een afwijking rechtvaardigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse op 8 december 2023.