Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2023 in de zaak tussen
[naam] , uit Rotterdam, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
Inleiding
.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres ontving sinds 2017 een bijstandsuitkering met kostendelersnorm en woonde met haar twee meerderjarige zoons. Het college herzag haar uitkering over mei 2021-april 2022 en vorderde terug wegens niet gemelde bijschrijvingen van haar zoons op haar bankrekening. De rechtbank oordeelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden omdat zij deze inkomsten niet had gemeld.
De rechtbank bevestigde dat kasstortingen en bijschrijvingen als inkomen gelden volgens vaste rechtspraak en dat het college op grond van de Participatiewet verplicht was de uitkering te herzien en terug te vorderen. Het college had het terugvorderingsbedrag berekend door de bijdragen van de zoons te verminderen met redelijke kosten voor de kinderen.
Eiseres stelde dat zij de bijdragen gebruikte voor vaste lasten en kosten voor haar zoons, waaronder thuisbezorgmaaltijden. De rechtbank vond aannemelijk dat zij hiervoor € 322,50 had besteed en dat het college dit bedrag ten onrechte niet had meegenomen in de berekening. Daarom werd het terugvorderingsbedrag verminderd van € 1.308,42 naar € 985,92.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het bedrag betreft, en bepaalde dat het college het griffierecht aan eiseres vergoedt. Er waren geen overige proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag van de bijstandsuitkering wordt verminderd tot € 985,92 en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.