ECLI:NL:RBROT:2023:11609

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 december 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
C/10/665963 / KG ZA 23-868
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling afgewezen na vrijwillige medewerking aan woningoverdracht in kort geding

In deze kortgedingprocedure vorderde eiser dat gedaagde zou meewerken aan de overdracht van een woning en dat zij zou worden veroordeeld in de proceskosten. Na dagvaarding vroeg eiser om aanhouding van de zaak omdat gedaagde zich bereid had verklaard vrijwillig mee te werken. Na afloop van de aanhoudingstermijn verleende gedaagde haar medewerking, waarna eiser zijn vorderingen tot overdracht introk, maar de proceskostenveroordeling handhaafde.

Gedaagde maakte bezwaar tegen de proceskostenveroordeling en verzocht om inhoudelijke behandeling. Beide partijen verzochten de zaak schriftelijk af te handelen. De voorzieningenrechter stelde partijen in de gelegenheid zich over de proceskosten uit te laten, waarop gedaagde reageerde, eiser niet.

De voorzieningenrechter overwoog dat in familierechtelijke zaken het uitgangspunt is dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Er was onvoldoende grond om hiervan af te wijken, omdat niet kon worden vastgesteld dat gedaagde misbruik van procesrecht had gemaakt of dat een proceskostenveroordeling op basis van daadwerkelijke kosten gerechtvaardigd was.

Daarom werd beslist dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en ondertekend door mr. P. de Bruin op 8 december 2023.

Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wijst de proceskostenveroordeling af.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/665963 / KG ZA 23-868
Vonnis in kort geding van 8 december 2023
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] , Italië,
eiser,
advocaat: mr. E. Keijzerwaard te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. J.F. van Drenth te Rotterdam.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
[eiser] heeft [gedaagde] op 9 oktober 2023 doen dagvaarden om op 23 oktober 2023 om 13.00 uur te verschijnen op de kort-gedingzitting van de voorzieningenrechter. Hij vorderde, kort gezegd, dat zij zou meewerken aan overdracht van de woning met veroordeling in de (daadwerkelijke) proceskosten.
1.2.
Bij brief van 18 oktober 2023 heeft [eiser] verzocht de zaak gedurende twee weken aan te houden, omdat [gedaagde] zich bereid had verklaard vrijwillig mee te werken aan de overdracht van de woning. Dit verzoek is gehonoreerd.
1.3.
Bij e-mail van 16 november 2023 heeft [eiser] de voorzieningenrechter bericht dat [gedaagde] na verloop van de aanhoudingstermijn van twee weken haar medewerking heeft verleend en dat hij de vorderingen onder I en II in het petitum van de dagvaarding daarom introk. Hij handhaafde daarbij zijn vordering om [gedaagde] te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten. Bij e-mail van 17 november 2023 heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen de verzochte proceskostenveroordeling en verzocht om op die vordering inhoudelijk te mogen reageren. Beide partijen hebben verzocht de zaak schriftelijk af te handelen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft beide partijen bij e-mail van 22 november 2023 in de gelegenheid gesteld zich over de proceskosten uit te laten (voor [eiser] was dat in aanvulling op de dagvaarding en de e-mail van 16 november 2023 waarin op die kosten ook ingegaan wordt). [gedaagde] heeft hiervan bij brief van 29 november 2023 gebruik gemaakt, [eiser] niet.
1.5.
Gelet op de door partijen ingenomen standpunten acht de voorzieningenrechter behandeling ter zitting niet noodzakelijk. Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] vordert – na eisvermindering – om [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de daadwerkelijke proceskosten te veroordelen. Volgens [eiser] heeft hij proceskosten gemaakt ter hoogte van in totaal € 7.311,81. Daartoe heeft [eiser] declaraties van zijn advocaat overgelegd.
2.2.
Het uitgangspunt in zaken met een familierechtelijk karakter is dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt. In wat [eiser] heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om van dit uitgangspuntpunt af te wijken. Zijn standpunt komt er in de kern genomen op neer dat hij het niet eens is met de weigerachtige opstelling van zijn ex-vrouw en vindt dat zij heeft getraineerd. Er kan echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gezegd worden dat [gedaagde] misbruik van procesrecht heeft gemaakt door het op een dagvaarding in kort geding aan te laten komen. Ook anderszins is er onvoldoende aangevoerd dat een proceskostenveroordeling, op basis van daadwerkelijke kosten of het liquidatietarief, zou rechtvaardigen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn. Het is ondertekend door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2023.
1734/1876