ECLI:NL:RBROT:2023:11609
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling afgewezen na vrijwillige medewerking aan woningoverdracht in kort geding
In deze kortgedingprocedure vorderde eiser dat gedaagde zou meewerken aan de overdracht van een woning en dat zij zou worden veroordeeld in de proceskosten. Na dagvaarding vroeg eiser om aanhouding van de zaak omdat gedaagde zich bereid had verklaard vrijwillig mee te werken. Na afloop van de aanhoudingstermijn verleende gedaagde haar medewerking, waarna eiser zijn vorderingen tot overdracht introk, maar de proceskostenveroordeling handhaafde.
Gedaagde maakte bezwaar tegen de proceskostenveroordeling en verzocht om inhoudelijke behandeling. Beide partijen verzochten de zaak schriftelijk af te handelen. De voorzieningenrechter stelde partijen in de gelegenheid zich over de proceskosten uit te laten, waarop gedaagde reageerde, eiser niet.
De voorzieningenrechter overwoog dat in familierechtelijke zaken het uitgangspunt is dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Er was onvoldoende grond om hiervan af te wijken, omdat niet kon worden vastgesteld dat gedaagde misbruik van procesrecht had gemaakt of dat een proceskostenveroordeling op basis van daadwerkelijke kosten gerechtvaardigd was.
Daarom werd beslist dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en ondertekend door mr. P. de Bruin op 8 december 2023.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wijst de proceskostenveroordeling af.