De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van het kind vanwege zorgen over diens ontwikkeling en emotionele veiligheid, veroorzaakt door een verstoorde relatie tussen de ouders na echtscheiding. Het kind heeft momenteel geen contact met de vader, wat het kind verdriet doet.
De gecertificeerde instelling ondersteunde het verzoek en benadrukte de noodzaak van een ondertoezichtstelling om duidelijkheid te scheppen over het contact tussen het kind en de vader en om hulpverlening te starten. De moeder werkt mee en ontvangt al vrijwillige hulp, terwijl de vader zich terughoudend opstelt en niet verschijnt bij de zitting.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en stelde het kind onder toezicht voor een periode van vier maanden, met als doel binnen die termijn hulpverlening te realiseren en de medewerking van de vader te beoordelen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en verdere behandeling staat gepland voor mei 2023.