Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zes concurrente schuldeisers met een betaling van 17,74% van de totale schuldenlast, gebaseerd op zijn parttime inkomen en medische situatie waardoor fulltime werken nog niet mogelijk is. Vier schuldeisers stemden in, twee weigerden zonder inhoudelijke onderbouwing.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van deze twee schuldeisers redelijk was, waarbij werd meegewogen dat hun vorderingen slechts 3,84% van de totale schuld uitmaken en dat het akkoord door een onafhankelijke partij is getoetst. De regeling is gebaseerd op een prognose van de afloscapaciteit over 36 maanden, wat gunstiger is dan de wettelijke schuldsaneringsregeling van 18 maanden.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen, de weigeraars werden veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.