Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw L. van Dam, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw W. Philipsen, werkzaam bij De Maas Dienstverlening B.V. (hierna beschermingsbewindvoerder),
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, arbeidsongeschikt verklaard voor 80 tot 100%, heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij zij een percentage van respectievelijk 6,93% en 3,46% aan preferente en concurrente schuldeisers aanbiedt. Van de tweeëntwintig schuldeisers stemt slechts één, met een vordering van 14,1% van de totale schuld, niet in. Deze schuldeiser vindt het aanbod te laag, maar verschijnt niet ter zitting om haar standpunt toe te lichten.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster sinds maart 2021 onder beschermingsbewind staat, dat dit goed verloopt en dat haar afloscapaciteit gebaseerd is op haar ongewijzigde Wajong-uitkering. De aangeboden regeling wordt ondersteund door een deskundige partij en is goed gedocumenteerd. De rechtbank weegt het belang van de meerderheid van schuldeisers en verzoekster zwaarder dan dat van de weigeraar.
Verder oordeelt de rechtbank dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert dan toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, mede vanwege lagere kosten en snellere uitkering. De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de regeling, veroordeelt haar in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldsaneringsregeling afgewezen.