ECLI:NL:RBROT:2023:11662
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende beurs wegens hoog buitenlands inkomen ouders
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om zijn aanvullende beurs voor september 2022 tot en met april 2023 op nul euro vast te stellen. De minister baseerde dit op het hoge inkomen van de ouders van eiser in Griekenland over 2020 en 2021, dat als niet in Nederland belastbaar inkomen wordt beschouwd. Omdat de Inspecteur geen toetsingsinkomen heeft vastgesteld, gebruikte de minister het bruto-inkomen van de ouders voor de berekening.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, dat het inkomen onjuist was vastgesteld en dat hij niet is gehoord. Ook stelde hij dat hij door het besluit in financiële problemen komt. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het bruto-inkomen gebruikte en dat eiser geen accountantsverklaring heeft overgelegd om het inkomen te corrigeren.
Verder is de hoorplicht niet van toepassing op de bezwaarprocedure volgens de Wet studiefinanciering 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter Smits op 12 december 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvullende beurs op nul euro wordt vastgesteld.