ECLI:NL:RBROT:2023:11679
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpvoorziening
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2006, wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en onveilige thuissituatie. De minderjarige verblijft sinds enkele maanden in een jeugdhulpvoorziening van Enver en voelt zich onveilig in haar thuissituatie, wat heeft geleid tot een verstoorde relatie met haar ouders.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, is vastgesteld dat de minderjarige worstelt met haar identiteit en sociaal-emotionele ontwikkeling, en dat haar schoolgang bedreigd wordt door haar trauma. De ouders ondersteunen het verzoek, hoewel zij twijfels uiten over de effectiviteit van hulpverlening voor haar meerderjarigheid.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en stelt het kind onder toezicht tot aan haar meerderjarigheid, tot 11 mei 2024. Tevens wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor dezelfde periode, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, om de verzorging en opvoeding te waarborgen.
Uitkomst: Het kind wordt onder toezicht gesteld en krijgt een machtiging tot uithuisplaatsing tot aan haar meerderjarigheid.