Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Kern van het geschil
2.De procedure
- de dagvaarding van 25 april 2023 tevens houdende provisionele vordering tot treffen voorlopige voorziening ex art. 223 Rv Pro, met producties 1 tot en met 22;
- de conclusie van antwoord in het incident (provisionele voorziening houdende een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro);
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 14 juli 2023;
- de zittingsagenda van 29 september 2023 en een voorstel van de rechtbank om één mondelinge behandeling te houden in zowel het incident (de provisionele vordering) en in de hoofdzaak;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens conclusie van eis voorwaardelijke eis in reconventie, met producties 1 tot en met 17;
- de mondelinge behandeling van 31 oktober 2023 in het incident en de in de hoofdzaak, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitaantekeningen van de Stichting.
3.De feiten
Inhoud overeenkomst
4.Het geschil
in conventie
€ 50.000,00, althans een door uw rechtbank in goede justitie nader te bepalen dwangsom of maatregel;
5.De beoordeling
Dat durf ik niet te zeggen, ik heb dat niet nagemeten” en de advocaat van de Gemeente met: “
Ik betwist dat, maar weet dat ook niet”. Hiermee staat in rechte vast dat er geen beplanting staat bij de erfgrenzen in strijd met artikel 5:42 BW Pro. Daarop kan dan ook geen tekortkoming van de Stichting onder de overeenkomst worden gebaseerd.