ECLI:NL:RBROT:2023:12020
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning kamerbewoning wegens ondeugdelijke motivering overgangsrecht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende besluit om een vergunning voor kamerbewoning door maximaal acht personen te verlenen aan een woning aan een adres in Rotterdam. Het college had de vergunning verleend op grond van het overgangsrecht in artikel 5.2 van de Huisvestingsverordening, waarbij bepaalde toetsingscriteria niet van toepassing zouden zijn.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat op de peildatum 31 december 2019 al sprake was van kamerbewoning door ten minste hetzelfde aantal bewoners als bij de aanvraag. De overgelegde huurovereenkomst was slechts door één persoon ondertekend en er is geen bewijs geleverd dat de hoge huursom daadwerkelijk door acht personen werd betaald. De inschrijving in de basisregistratie personen per januari 2020 is onvoldoende om de situatie op 31 december 2019 vast te stellen.
Daarmee heeft het college zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het overgangsrecht van toepassing is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering en toetsing aan de relevante criteria. Het griffierecht wordt aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering van het overgangsrecht.