De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van het jonge kind [kind01]. Dit volgt op twee zorgelijke incidenten waarbij het kind alleen en in onveilige omstandigheden werd aangetroffen. Na een eerdere beschikking tot voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken, is nu een verlenging tot 7 januari 2024 gevraagd en toegekend.
De moeder voert verweer en stelt dat de incidenten een ongelukkige samenloop van omstandigheden betreffen, dat het kind niet alleen was en dat de situatie niet onveilig was. Zij wenst beëindiging van de machtiging tot uithuisplaatsing en benadrukt haar bereidheid tot medewerking aan de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter stelt dat er ernstige zorgen blijven bestaan over de veiligheid van het kind in de thuissituatie, mede door het ontbreken van medewerking aan hulpverlening door de moeder en het feit dat het kind meerdere malen alleen en in verwaarloosde omstandigheden is aangetroffen. Het belang van nader onderzoek naar de thuissituatie en pedagogische vaardigheden van de moeder wordt benadrukt. Een terugplaatsing wordt op dit moment niet verantwoord geacht. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd en de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd, met aandacht voor omgangsmomenten tussen moeder en kind.