ECLI:NL:RBROT:2023:12038

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
C/10/663972 / FA RK 23-5992
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:277 lid 1 BWArt. 1:247 lid 2 BWArt. 1:281 lid 1 onder b BWArt. 1:281 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel ouderlijk gezag moeder over twee minderjarige kinderen

De moeder verzocht de rechtbank om herstel van het ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen, nadat dit in 2020 was beëindigd en de gecertificeerde instelling was benoemd tot voogd.

Tijdens de zitting, waarbij de kinderen werden gehoord en de vader afwezig was, werd vastgesteld dat de moeder sinds de terugplaatsing van de kinderen in september het gezag feitelijk uitoefent en de zorg en opvoeding duurzaam draagt. Zowel de gecertificeerde instelling als de Raad voor de Kinderbescherming steunden het verzoek.

De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor herstel van het gezag is voldaan, dat het in het belang van de kinderen is en dat de juridische situatie daarmee aansluit op de feitelijke situatie. De voogdij van de gecertificeerde instelling eindigt derhalve automatisch.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de griffier wordt verzocht een aantekening te maken in het centraal gezagsregister. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De moeder wordt hersteld in het ouderlijk gezag over haar twee kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/663972 / FA RK 23-5992
Datum uitspraak: 23 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter over herstel ouderlijk gezag
in de zaak van
[naam01],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. de Wit, kantoorhoudende te Amsterdam,
over
[kind01 ],
geboren op [geboortedatum01 ] 2008 in [geboorteplaats01], hierna te noemen: [kind01 ],
[kind02],
geboren op [geboortedatum02] 2010 in [geboorteplaats02], hierna te noemen: [kind02].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats01],
de gecertificeerde instelling Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
gevestigd te Leeuwarden, hierna te noemen: de GI,
De Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de advocaat van de moeder van 9 augustus 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 10 augustus 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [kind01 ] en [kind02], die voorafgaand aan de zitting tezamen zijn gehoord;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam03];
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam04].
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
Het ouderlijk gezag van de moeder en de vader over [kind01 ] en [kind02] is bij beschikking van 15 december 2020 beëindigd. Tevens is bij die beschikking de GI benoemd tot voogdes over [kind01 ] en [kind02].
2.2.
[kind01 ] en [kind02] wonen bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt te bepalen dat zij wordt hersteld in het ouderlijk gezag, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder wordt het verzoek gehandhaafd en zij licht het als volgt toe. In september zijn de kinderen met goedkeuring van de GI teruggeplaatst bij de moeder waarbij een ondertoezichtstelling niet nodig is gevonden. Sinds de terugplaatsing is er minimaal contact met de hulpverlening en heeft de moeder zelfstandig de verzorging en opvoeding van de kinderen opgepakt. Zo heeft zij hulpverlening aangevraagd en de kinderen aangemeld voor een andere school. Daarnaast heeft de moeder een goed netwerk waardoor zij in het geval zij steun nodig heeft hulp kan krijgen. Dit maakt dat de moeder het afgelopen jaar heeft aangetoond dat zij in staat is om in het belang van de kinderen te handelen. Herstel van het gezag is belangrijk zodat de moeder de regie terugkrijgt.

5.Het standpunt van de GI

5.1.
De GI stemt ter zitting in met het verzoek en licht het volgende toe. Een jaar geleden is overwogen of de kinderen bij de moeder konden of wonen of dat zij bij een pleeggezin moesten verblijven omdat de opa (moederszijde) niet meer in staat was om voor hen te zorgen. De kinderen hebben toen aangegeven graag bij de moeder te willen wonen waarna de moeder de kans is geboden om te laten zien dat zij voor de hen kon zorgen. Dit komt mede doordat al langere tijd een stijgende lijn zichtbaar was in de ontwikkeling van de moeder. Het afgelopen jaar heeft de moeder goed ouderschap laten zien en zijn geen risico’s in de thuissituatie gebleken. De moeder is daarom in staat de verantwoordelijkheid over de kinderen te dragen en zelf hulp in te schakelen wanneer dit nodig is. Een herstel van haar ouderschap zou recht doen aan de situatie.

6.Het standpunt van de Raad

6.1.
De Raad stemt ter zitting in met het verzoek van de moeder en geeft het volgende weer. Sinds de terugplaatsing van de kinderen zijn er geen signalen geweest over de thuissituatie van de kinderen. De situatie rechtvaardigt een toewijzende beslissing, omdat het goed met de moeder gaat.

7.De beoordeling

7.1.
Op grond van artikel 1:277 lid 1 BW Pro kan de rechtbank de ouder wiens gezag is beëindigd, op zijn verzoek in het gezag herstellen indien:
a. a) herstel in het gezag in het belang van de minderjarige is, en
b) de ouder duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat is te dragen.
7.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat aan beide criteria wordt voldaan. Nu zowel de GI als de Raad het verzoek van de moeder ondersteunen, en de moeder in staat wordt geacht om duurzaam de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen, zal de kinderrechter de moeder in haar gezag herstellen. Het gaat al langere tijd goed met de moeder, zij heeft haar leven op orde en is stabiel. Mede als gevolg hiervan zijn de kinderen een jaar geleden teruggeplaatst bij de moeder, waarbij een ondertoezichtstelling niet nodig werd geacht. Sinds de terugplaatsing heeft de moeder laten zien dat zij goed voor de kinderen kan zorgen en de juiste keuzes kan maken in het belang van de kinderen. Hierdoor hebben de kinderen op dit moment een veilige en stabiele opvoedomgeving. De moeder verdient hiervoor een groot compliment.
7.3.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder in het gezag wordt hersteld. Door het herstel van het gezag sluit de juridische situatie weer aan op de feitelijke situatie, te weten dat de moeder duurzaam de zorg voor en de verantwoordelijkheid over de kinderen draagt. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.
7.4.
Ten overvloede overweegt de rechter nog dat de voogdij van de GI over [kind01 ] en [kind02] ingevolge artikel 1:281, eerste lid, onder b, BW juncto artikel 1:281, tweede lid, BW van rechtswege eindigt daags nadat deze beschikking is verstrekt of verzonden.

8.De beslissing

8.1.
De kinderrechter:
8.2.
herstelt de moeder, [naam01] geboren op [geboortedatum03] te [geboorteplaats04], in het ouderlijk gezag over [kind01 ] en [kind02];
8.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
8.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beschikking is mondeling gegeven op 23 oktober 2023 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Lankhaar als griffier en op schrift gesteld op 21 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.