Staffhousing huurt woonruimte van Vlaardingse Beheer Maatschappij B.V. (VBM). Een eerdere uitspraak stelde vast dat de algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte niet van toepassing zijn wegens het niet ter hand stellen daarvan. VBM deed een voorstel om deze bepalingen alsnog van toepassing te verklaren, wat Staffhousing voorwaardelijk accepteerde onder de voorwaarde dat een rechter het redelijk zou achten.
VBM zegde de huurovereenkomst op omdat Staffhousing niet akkoord ging met het redelijke aanbod. De kantonrechter oordeelt dat het voorstel niet als wijziging van de huurprijs mag worden gezien en dat het gezag van gewijsde van de eerdere uitspraak niet aan het nieuwe voorstel in de weg staat.
Echter, het aanbod van VBM om de algemene bepalingen in hun geheel van toepassing te verklaren is onvoldoende onderbouwd en niet redelijk, mede omdat deze bepalingen nadeliger zijn voor de huurder dan de wettelijke regelingen. Een voorstel tot alleen het toepassen van de indexeringsclausule zou redelijk kunnen zijn, maar dat is niet gedaan.
Daarom wijst de kantonrechter de eis tot beëindiging af en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van één jaar tot 1 november 2024. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.