Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T. van den Akker, rechter in strafzaken, omdat de dagvaardingen niet aan de vereiste betekeningstermijn van minimaal drie dagen voldeden. De verdediging stelde dat hierdoor de dagvaardingen nietig moesten worden verklaard en dat de rechter niet onpartijdig kon zijn.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 december 2023 bestudeerd, waarin de rechter het preliminaire verweer behandelde en oordeelde dat verzoeker niet in zijn verdediging werd geschaad omdat hij tijdig op de hoogte was en goed was voorbereid. De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en dat een rechterlijke beslissing of motivering op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn.
De wrakingskamer concludeerde dat de beslissing en motivering van de rechter niet anders kunnen worden uitgelegd dan als onpartijdig. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid opleverden. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2023. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.