Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- M. Pauli, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende op 27 oktober 2023 een verzoek in voor een voorlopige voorziening (moratorium) ex artikel 287b Faillissementswet, met het doel de ontruiming van haar woonruimte te voorkomen. Eerder was reeds een moratorium van zes maanden toegekend op 17 maart 2023, dat op 17 september 2023 was verstreken.
De rechtbank overwoog dat de wet geen mogelijkheid biedt tot verlenging van het moratorium boven zes maanden. Het minnelijk schuldhulpverleningstraject was recent herstart en nog niet afgerond. Tevens werd meegewogen dat de hulpbehoevende inwonende zus van verzoekster een begeleide woonplek heeft, waardoor reguliere opvang niet noodzakelijk is.
Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek tot voorlopige voorziening af. Tevens verklaarde zij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk, met de mogelijkheid voor verzoekster om op een later moment een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek om een nieuw moratorium wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.