ECLI:NL:RBROT:2023:12254

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 november 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
FT EA\23.876
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Artikel 2 Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsaneringFaillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met termijn van achttien maanden

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 16 november 2023 is verzoekster gehoord en is telefonisch een schuldhulpverlener gehoord. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van haar schulden.

Er is geen voldoende grond voor afwijzing van het verzoek gebleken. De rechtbank heeft meegewogen dat verzoekster onder beschermingsbewind staat vanaf 30 november 2023. Het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de regeling is ter zitting besproken maar ingetrokken door de schuldhulpverlener.

De rechtbank is bevoegd de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt. De rechtbank spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit met een looptijd van achttien maanden, ingaande op 30 november 2023 en eindigend op 30 mei 2025.

Daarnaast benoemt de rechtbank mr. M.C. Snel-van den Hout tot rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. De bewindvoerder krijgt tevens last tot het openen van aan verzoekster gerichte brieven en telegrammen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een looptijd van achttien maanden vanaf 30 november 2023.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 30 november 2023
[verzoekster],
[adres],
[woonplaats],
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster was aanwezig en is gehoord ter zitting van 16 november 2023. De heer R. Schollaart, werkzaam als schuldhulpverlener bij Stroomopwaarts, is telefonisch gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. Verzoekster zal daarom worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft in haar beoordeling meegenomen dat verzoekster onder beschermingsbewind staat vanaf 30 november 2023.
Ingangsdatum looptijd van de schuldsaneringsregeling
Ter zitting is het verzoek om een eerdere ingangsdatum besproken en uiteindelijk ingetrokken door de schuldhulpverlener. De rechtbank zal de looptijd van de schuldsaneringsregeling dan ook per de datum van dit vonnis laten ingaan.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats];
- stelt de termijn van de regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 30 november 2023, waardoor deze termijn eindigt op 30 mei 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder mr. J. van Rijen,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van L.M. Heinis, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023. [1]