ECLI:NL:RBROT:2023:12294
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens illegale kamerbewoning zonder vergunning
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan haar heeft opgelegd wegens overtreding van de Huisvestingsverordening 2021 en de Huisvestingswet 2014. De last betrof het ongedaan maken van een illegale situatie waarbij de woning zonder vergunning werd gebruikt door meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding vormden.
De feiten tonen aan dat tijdens meerdere huisbezoeken verschillende personen, waaronder twee echtparen, in de woning werden aangetroffen. Het college stelde dat er geen sprake was van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding, mede omdat de bewoners door hun werkgever samen in de woning waren geplaatst en er geen bewijs was van gezamenlijke huur of inschrijving in de BRP. Eiseres voerde aan dat de bewoners familie waren en al eerder samenwoonden, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld en voldoende onderzoek heeft verricht. De bewijslast voor het aantonen van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding ligt bij eiseres, die hierin niet is geslaagd. De last onder dwangsom is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de handhaving blijft gehandhaafd.