De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 december 2023 de verzoeken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging en verlening van machtigingen tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen. De procedure betrof twee zaken met betrekking tot [kind01], die bij haar vader woont, en [kind02] en [kind03], die bij de moeder en (stief)vader verblijven.
De rechtbank constateerde ernstige zorgen over de opvoedingssituatie van [kind02] en [kind03], waaronder verslavingsproblematiek van de ouders, een vervuilde woning, en problemen met schoolbezoek en hygiëne. Ondanks eerdere hulpverlening en een eerdere uithuisplaatsing was de situatie niet structureel verbeterd. Daarom werd een machtiging tot uithuisplaatsing in pleegzorg, gevolgd door plaatsing in een jeugdhulpaccommodatie, noodzakelijk geacht.
Voor [kind01] werd de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling, omdat zij gebaat is bij stabiliteit en rust, mede gezien zorgen over haar gedrag en schoolprestaties. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en gaf aan dat hoger beroep mogelijk is binnen drie maanden na dagtekening.