Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/159004-23 onder 1 impliciet primair en onder parketnummer 09/103692-23 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 247 dagen, met aftrek van het voorarrest;
- oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel), voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering en meewerkt aan opname en behandeling van de Catamaran, met dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.
4.Waardering van het bewijs
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer01] opzettelijk van het leven te beroven,
die [slachtoffer01] meermalen, met een mes, in de buik ,
althans het lichaam, heeft gestoken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een zwaard (een
machete), heeft gedragen.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 247 dagen;
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
benadeelde partij [slachtoffer01] ,te betalen een bedrag van
€ 7.451,50 (zegge: zevenduizendvierhonderdeenenvijftig euro en vijftig cent), bestaande uit € 451,50 aan materiële schade en € 7.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de
benadeelde partij [slachtoffer01]te betalen
€ 7.451,50(hoofdsom,
zegge: zevenduizendvierhonderdeenenvijftig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer01]
opzettelijk
van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer01] meermalen, althans eenmaal,
met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik en/of de rug,
althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een degen/zwaard/bajonet (een
machete), heeft gedragen.