ECLI:NL:RBROT:2023:12392

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
3 januari 2024
Zaaknummer
10495258 CV EXPL 23-12866
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 lid 1 BWArt. 6:87 lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:265 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende schadevergoeding wegens niet-afgemaakte dakgootwerkzaamheden

Eiseres en Leijssen Bewindvoeringen B.V. sloten een aannemingsovereenkomst voor het vervangen van dakgoten. Werkzaamheden startten op 6 december 2022, maar werden voortijdig gestaakt door Leijssen vanwege vermeend ongewenst gedrag van de echtgenoot van eiseres, wat door eiseres werd betwist.

Leijssen trok zich per e-mail op 12 januari 2023 terug en weigerde de aanbetaling van € 800 terug te betalen. De kantonrechter oordeelde dat Leijssen de overeenkomst niet mocht ontbinden omdat geen sprake was van verzuim aan de zijde van eiseres en Leijssen onvoldoende bewijs leverde voor de gemaakte afspraken over het gedrag van de echtgenoot.

Omdat Leijssen de werkzaamheden niet heeft afgemaakt en niet van plan is dit alsnog te doen, is hij in verzuim. Eiseres mocht daarom een derde inschakelen en vordert vervangende schadevergoeding. De hoogte van deze vergoeding is vastgesteld op € 1.299,35, zijnde de kosten van de derde minus de aanbetaling. Daarnaast zijn buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Leijssen Bewindvoeringen B.V. wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding en proceskosten aan eiseres wegens niet-afgemaakte dakgootwerkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10495258 CV EXPL 23-12866
datum uitspraak: 29 december 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] e/v [naam01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.A.J. Dekkers (ARAG SE),
tegen
Leijssen Bewindvoeringen B.V.,
vestigingsplaats: Eindhoven,
gedaagde,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[naam02],
handelend onder de naam
[bedrijf01],
woonplaats: [woonplaats02] ,
gemachtigde: Tax and Legal Services.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Leijssen q.q.’ genoemd.
De heer [naam02] wordt hierna ‘ [bedrijf01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 26 april 2023, met bijlagen;
  • het antwoord.
1.2.
Op 10 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiseres01] en haar echtgenote, bijgestaan door de gemachtigde, alsmede de heer [naam03] , werknemer van [bedrijf01] , bijgestaan door de heer [naam04] namens de gemachtigde van Leijssen q.q.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres01] en [bedrijf01] hebben een overeenkomst van aanneming van werk met elkaar gesloten, op grond waarvan [bedrijf01] de dakgoten van de woning van [eiseres01] zou vervangen. Op 6 december 2022 is met de werkzaamheden gestart. Volgens [bedrijf01] viel de echtgenoot van [eiseres01] de medewerkers van [bedrijf01] toen lastig; [bedrijf01] zou daarop met [eiseres01] de afspraak hebben gemaakt dat haar echtgenoot verder uit de buurt van de medewerkers zou blijven en dat [bedrijf01] de werkzaamheden zou staken als hij medewerkers toch weer agressief zou bejegenen. Volgens [bedrijf01] is de echtgenoot van [eiseres01] op 9 januari 2023 toch naar buiten gekomen en heeft hij de medewerkers uitgescholden en bedreigd. [eiseres01] geeft een andere lezing van de gebeurtenissen: volgens haar hadden de beugels voor de dakgoten de verkeerde kleur en zijn de medewerkers van [bedrijf01] die in de juiste kleur gaan spuiten, waarbij ze vlekken hebben gemaakt op de wand van de carport van [eiseres01] . De echtgenoot van [eiseres01] heeft daar iets van gezegd, maar is niet agressief geworden. Vervolgens zijn de medewerkers van [bedrijf01] vertrokken. Hoe het ook zij, het staat vast dat [bedrijf01] , per e-mail van 12 januari 2023, aan [eiseres01] heeft laten weten dat hij zich terugtrok uit het project en dat hij de aanbetaling van € 800,00 die [eiseres01] had gedaan niet terug zou betalen.
2.2.
[eiseres01] stelt dat [bedrijf01] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en zij eist als vervangende schadevergoeding het bedrag dat het haar gekost heeft om het werk door een derde te laten afmaken. Leijssen q.q. is het daar niet mee eens. De kantonrechter stelt [eiseres01] volledig in het gelijk. Hierna wordt uitgelegd waarom het verweer van Leijssen q.q. wordt verworpen.
Niet gebleken is dat [bedrijf01] de overeenkomst mocht ontbinden
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Leijssen q.q. aangegeven dat de overeenkomst partieel is ontbonden omdat [eiseres01] zich niet aan de afspraken heeft gehouden. Om tot (partiële) ontbinding over te mogen gaan, moet [eiseres01] in verzuim zijn komen te verkeren (artikel 6:265 lid 2 BW Pro). Verzuim van de zijde van [eiseres01] is echter niet vast komen te staan en [bedrijf01] heeft de overeenkomst daarom niet mogen ontbinden, gelet op het volgende.
2.4.
[eiseres01] betwist uitdrukkelijk dat er een afspraak zou zijn gemaakt dat de echtgenoot van [eiseres01] tijdens de werkzaamheden aan de dakgoot niet naar buiten mocht komen. Zij betwist ook dat hij medewerkers van [bedrijf01] zou hebben bedreigd. Gelet op deze betwisting ligt het op de weg van Leijssen q.q. om nader te onderbouwen dat een dergelijke afspraak wél is gemaakt en dat de echtgenoot van [eiseres01] zich daar niet aan heeft gehouden. Dat heeft Leijssen q.q. echter onvoldoende gedaan.
2.5.
Leijssen q.q. zal niet worden toegelaten om alsnog bewijs van zijn stellingen te leveren. Hij heeft hiervoor onvoldoende gesteld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft een medewerker van [bedrijf01] nog gezegd dat hij waarschijnlijk wel geluidsopnames op zijn telefoon heeft waaruit de gestelde afspraken zouden blijken, maar het is niet duidelijk geworden dat dergelijke geluidsopnames daadwerkelijk bestaan en, als die al zouden bestaan, dan had Leijssen q.q. die op een eerder moment in het geding moeten brengen.
2.6.
De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van [eiseres01] op dit punt. Dat betekent dat niet is gebleken dat een afspraak is gemaakt over het gedrag van de echtgenoot van [eiseres01] en ook niet, als zo’n afspraak wel zou zijn gemaakt, dat hij zich daar niet aan zou hebben gehouden. Een tekortkoming in de nakoming van enige overeenkomst door [eiseres01] is dan ook niet vast komen te staan.
2.7.
Zelfs als [eiseres01] wel zou zijn tekortgeschoten, dan zou dat nog niet automatisch betekenen dat [bedrijf01] de overeenkomst mocht beëindigen. [bedrijf01] had [eiseres01] in dat geval namelijk eerst in gebreke moeten stellen en haar de gelegenheid moeten geven om haar verplichtingen alsnog naar behoren na te komen (artikel 6:82 lid 1 BW Pro). Van een dergelijke ingebrekestelling is echter niet gebleken.
Leijssen q.q. moet vervangende schadevergoeding aan [eiseres01] betalen
2.8.
Partijen zijn het erover eens dat [bedrijf01] de werkzaamheden niet heeft afgemaakt en dit ook niet meer van plan is of is geweest. Leijssen q.q. is daarom in verzuim komen te verkeren. [eiseres01] heeft schriftelijk medegedeeld dat zij vervangende schadevergoeding in plaats van nakoming eist (artikel 6:87 lid 1 BW Pro). Gelet daarop mocht [eiseres01] een derde benaderen om op kosten van Leijssen q.q. het werk aan de dakgoten af te maken.
2.9.
De hoogte van de vervangende schadevergoeding wordt bepaald aan de hand van de waarde van de uitgebleven en/of ondeugdelijk verrichte prestatie, waarbij de vervangende vergoeding [eiseres01] in staat moet stellen de gemiste prestatie door een derde te laten uitvoeren. [eiseres01] heeft tijdens de zitting onweersproken gesteld dat zij de werkzaamheden door een andere aannemer heeft laten voltooien voor een bedrag van € 2.099,35 inclusief btw; als onderbouwing is de betreffende offerte in het geding gebracht. Op dat bedrag moet de restant aanneemsom van € 800,00 in mindering worden gebracht. Het door Leijssen q.q. aan [eiseres01] te betalen bedrag wordt daarom vastgesteld op € 1.299,35. De waarde van het materiaal dat [bedrijf01] heeft achtergelaten wordt op dat bedrag niet in mindering gebracht. [eiseres01] heeft gesteld dat de geleverde materialen voor haar geen waarde hebben gehad, omdat de kleur niet de juiste was en de dakgoten en toebehoren daardoor niet konden gebruikt door de aannemer die de werkzaamheden uiteindelijk heeft uitgevoerd. Leijssen q.q. heeft dat betwist, maar heeft haar betwisting onvoldoende onderbouwd. Verder heeft Leijssen q.q. niet betwist dat [bedrijf01] door [eiseres01] in de gelegenheid is gesteld de materialen op te halen, maar dat niet heeft gedaan.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
2.10.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.11.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en Leijssen q.q. dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.12.
Leijssen q.q. krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 137,75 aan dagvaardingskosten, € 214,00 aan griffierecht, € 398,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 199,00) en € 99,50 aan nakosten. Dit is totaal € 849,25. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. De wettelijke rente over de nakosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Leijssen q.q. om aan [eiseres01] te betalen € 1.494,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.299,35 vanaf 24 maart 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Leijssen q.q. in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 849,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 99,50 vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416