ECLI:NL:RBROT:2023:12401
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging woningsluitingsbesluit op grond van artikel 13b Opiumwet wegens herroeping en onevenredigheid
De burgemeester van Rotterdam legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van eiseres voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van cocaïne en drugshandel vanuit de woning.
Eiseres tekende bezwaar aan tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek aanvankelijk af, maar schorste later het besluit. De burgemeester handhaafde het besluit bij het bestreden besluit van 30 november 2022, maar besloot vervolgens de woningsluiting niet te effectueren.
De rechtbank oordeelt dat door het niet effectueren van de sluiting de burgemeester de noodzakelijkheid en evenwichtigheid van het besluit heeft heroverwogen en feitelijk heeft herroepen. Daarom is het besluit onevenredig en moet het worden vernietigd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, herroept het primaire besluit en kent een proceskostenvergoeding toe aan eiseres.
Omdat de burgemeester de woningsluiting niet heeft uitgevoerd en een waarschuwing heeft gegeven, is het beroep geslaagd en hoeft de rechtbank niet inhoudelijk te oordelen over de rechtmatigheid van de waarschuwing. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het primaire besluit tot woningsluiting wordt herroepen en de burgemeester moet proceskosten en griffierecht aan eiseres vergoeden.