ECLI:NL:RBROT:2023:12409
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en wens schuldenaar
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 december 2023 uitspraak gedaan in een civiele insolventiezaak betreffende de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht de regeling tussentijds te beëindigen vanwege meerdere tekortkomingen van de schuldenaar in het nakomen van zijn verplichtingen, met name de informatieplicht en sollicitatieverplichting.
De schuldenaar had vanaf het begin van de regeling geen inlichtingenformulieren over inkomsten, uitgaven en sollicitaties verstrekt, ondanks afspraken en waarschuwingen. Tevens was vlak voor toelating een nieuwe schuld ontstaan, wat de goede trouw van de schuldenaar in twijfel trok. De schuldenaar gaf aan zelf uit de regeling te willen omdat hij een opleiding en baan had gevonden en zijn schuldenproblematiek zelfstandig wil oplossen.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen en dat beëindiging van de regeling gerechtvaardigd is op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro g Faillissementswet. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast en constateerde dat er geen baten zijn om schuldeisers te voldoen, zodat geen faillissement van rechtswege zal intreden.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.G.E. Prenger en griffier T.M.M. de Laat. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds wegens tekortkomingen van de schuldenaar en zijn wens tot beëindiging.