Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 september 2022 met producties 1 tot en met 15;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 18;
- de oproepingsbrief van de rechtbank van 30 december 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte overlegging producties van [persoon01] , met producties 16 tot en met 21;
- de akte aanvulling bewijs in conventie en reconventie, tevens wijziging van eis in reconventie van [persoon02] , met producties 19 tot en met 33;
- de mondelinge behandeling op 27 februari 2023 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van mr. Anthonise-Gieling;
- de spreekaantekeningen van mr. Braakenburg.
2.De feiten
• [voornaam persoon01] [ [persoon01] , rb.] en [naam03] [ [persoon02] , rb.] stellen aan de in de bijlage van de brief van 15 november 2006 genoemde 4 tal schuldeisers voor de totale schulden te voldoen door overmaking ineens van 10% van de schulden ad 41.029 ofwel door overmaking van 4.103 in totaal aan de Postbank, Fortis Amev, Visacard en [naam04] . […]
• Voorwaarde voor het laten wegvallen van de 2.051 is tevens de 100% medewerking van [voornaam persoon01] aan een oplossing het pand [adres01] te Rotterdam volledig op naam van [naam03] te zetten mits [voornaam persoon01] in deze oplossing volledig ontslagen wordt door de hypotheekbank uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de restant hypotheekschuld ad 145.814 […].”
Onderstaand de samenvatting van hetgeen wij vandaag besproken hebben.
3.Het geschil
in conventie
Primairde verdeling van de eenvoudige gemeenschap vast te stellen of te gelasten, te
4.De beoordeling in conventie en reconventie
Ik heb vandaag de Postbank aan de lijn gehad i.v.m. het voorstel tegen finale kwijting. Dit gaat niet door omdat [voornaam persoon01] een verzekering heeft die de maandlast overneemt.”(zie 2.8). Hiermee kwam de eerder bereikte overeenstemming te vervallen. Uit de brief van 2 oktober 2007 van [persoon02] (zie 2.9) maakt de rechtbank op dat [persoon02] vervolgens een nieuw aanbod heeft gedaan. Dat [persoon01] dit aanbod vervolgens heeft aanvaard, volgt evenwel niet uit de e-mail van 13 november 2007. Hoewel [naam01] namens [persoon01] in de e-mail van 13 november 2007 (zie 2.10) te kennen geeft
“ [voornaam persoon01] is akkoord met het voorstel om het huis volledig op [naam03] haar naam te zetten”gaat [persoon02] eraan voorbij dat in diezelfde e-mail aan de aanvaarding door [persoon01] een aantal voorwaarden is verbonden, waaronder de voorwaarde dat bij verkoop van de woning de helft van de overwaarde van de woning wordt gebruikt voor aflossing van de dan nog resterende schuld aan de Postbank, dan wel, indien geen schuld aan de Postbank meer resteert, aan [persoon01] wordt uitgekeerd.